De Poicephalus Senegalus of Bonte Boer

 

Werkgroep Poicephalus                         Patrick Vlyminckx                                          

Frans         :  Youyou (du Sénégal)

Duits          :  Mohrenkopfpapagei (soms afgekort  als  Mopa)

Engels       :  Senegal Parrot

 
De senegalpapegaai of bonte boer is wellicht de meest verspreide echte papegaai in de huiskamers, na de grijze roodstaart papegaai.  Echter door zijn klein formaat van circa 24 cm is hij  beter  geschikt  voor huiskamerkooien dan de “Grijze”.  Dit gegeven, samen met zijn fantastisch kleurenpallet heeft hem zijn geweldige populariteit bezorgd.  Bovendien is dit een echte papegaai en heb je hem dus voor het leven : deze relatief kleine vogels worden bijzonder oud.  Goed verzorgde bonte boeren die 40 jaar oud worden zijn beslist geen uitzondering ….

Ondersoorten


Omdat een foto meer zegt dan 10 bladzijden tekst, houden we deze soortbeschrijving graag kort !  Raszuivere bonte boeren kan men herkennen aan de buikkleur en aan de intensiteit van het groen.  Er bestaan 3 ondersoorten.  Eigenlijk mag je de vergelijking maken met citroen, sinaasappel en tomaatkleur maar hier volgt een deskundiger uitleg.

 

P.Senegalus senegalus: heeft een zuiver gele buik die afgevormd word door de groene ‘V’ op de borst. Bij deze ondersoort komt de groene ‘V’ bij zowel man als pop ver tot op de buik. Bij poppen komt deze aftekening wel verder dan bij mannen. Deze methode wordt wel eens (succesvol) gebruikt om het geslacht te bepalen. Onder de vleugels zijn de vogels ook helder geel.  Het groen bij deze soort is het bleekste van alle 3 en kan heel helder zijn. In sommige gevallen is de kop licht grijs in plaats van grijs-zwart. Op zicht is de nominaat gewoon een opgebleekte versie van de oranje buik die we goed kennen.

 

P.Senegalus mesotypus: is donkerder in alle opzichten dan de nominaat. De groene ‘V’ op de borst en buik reikt minder ver al kan dit individueel erg verschillen. De buik is zuiver oranje. Onder de vleugels heeft de vogel een meer oranje bevedering. De kop is grijs-zwart van kleur. De groene partijen zijn donkerder groen.

 

P.Senegalus versteri: is de donkerste ondersoort. Deze vogels hebben een donkere kop die tegen het bruin-zwarte aanleunt. De groene partijen zijn donker en soms olijfkleurig. De buik heeft een rode kleur die afhankelijk van de afkomst verschilt in intensiviteit. Sommige van deze vogels worden gezien als donker oranje maar zijn wel versteri.

 

Ik schat dat meer dan 90 procent van alle bij ons gehouden ondersoorten mesotypus (oranjebuik) is.  De echte P.Senegalus senegalus (geelbuik) en de P.Senegalus versteri (roodbuik) zijn dus echt wel moeilijk te vinden.  Deze soorten horen dus zeker niet thuis in de huiskamer maar zouden moeten voorbehouden worden aan kwekers van deze soorten (biedt deze zeker aan via onze Poicephalus kwekerslijst !!)

 Bovenstaande indeling lijkt eenvoudig, maar er zijn soms moeilijke ‘tussenvormen’…  Vooral de overgang van “zuiver geel” naar “beginnend oranje” is soms moeilijk te beoordelen en sterk afhankelijk van het invallend licht of van de gebruikte lichtkleur.  Overgang van “donker oranje” naar “beginnend rood” is even moeilijk.  Laat je in dat geval eerder leiden door de intensiteit van de groene kleur.

Bij sommige bonte boeren merk je een ring van zwarte veertjes rondom de ogen, die als het ware een grote oogring vormen.  Dit geeft  geen indicatie van de ondersoort, noch van het geslacht van de vogel. Deze wijzen er enkel op dat de vogel direct zonlicht ter beschikking heeft gehad en dus uit een buitenvolière komt.  Deze oogring verdwijnt als de vogels vervolgens terug binnenshuis worden gehouden.

 
Geslachtsonderscheid

Endoscopische of DNA seks bepaling geeft bij deze vogels de zekerheid dat we met een man of een pop te doen hebben.  Op het oog is het voor de meer geoefende kweker mogelijk om het geslacht te bepalen (echter nooit met 100% zekerheid) aan de hand van volgende kenmerken :

De man is doorgaans zwaarder gebouwd en met een forsere snavel die vooral breder is aan de basis (washuid).  In het verenpak stopt de groene ‘V’ ergens midden op de borst en de onderstaart is volledig geel gekleurd.

De pop is lichter van bouw en heeft een kleinere snavel.  De groene ‘V’ op de borst reikt verder naar beneden dan bij de man, doorgaans tot tussen de poten of zelfs nog verder.  De onderstaart is groen gekleurd, soms geel doch steeds met enkele groene veertjes erin.

 

Biotoop

De senegalpapegaai is een bewoner van licht beboste savannen en open bos met hoge bomen.  Ze worden gewoonlijk waargenomen in kleine tot middelgrote groepen van maximaal 20 stuks.  In de paartijd (september tot november in het wild) worden meestal losse paartjes waargenomen.

Hun favoriete voedsel bestaat uit zaden (o.a. acacia) en granen (zoals millet) maar ook uit vruchten (vijgen !) en bladknoppen.  Ze richten dan ook soms zware schade aan op plantages van maïs, millet,bananen en aardnoten en ze zijn derhalve niet de beste vrienden van de plaatselijke boeren !

Ofschoon de senegalpapegaai echt niet zeldzaam is, komt hij in het wild beslist niet overal even talrijk voor.  In sommige streken zou hij vrij algemeen zijn, in ander loopt zijn aanwezigheid samen met het beschikbaar voedsel.

Ik heb zelf 6 weken verbleven in west  Senegal en west Gambia.  Ik heb niet één senegalpapegaai kunnen waarnemen, ondanks urenlange wandelingen door natuurreservaten en observatie van drinkplaatsen vanuit gecamoufleerde boomhutten !  de plaatselijke bevolking kent deze vogel wel, maar beweert dat die een paar honderd kilometer meer landinwaarts meer zou voorkomen…

Huisvesting en verzorging

Senegalpapegaaien zijn stevige knagers, een houten volière of kweekkooi zal dan ook geen lang leven beschoren zijn.  Zelfs “Trespa” is niet veilig voor hun snavel indien de boorden niet afgedekt zijn met een metalen latje.  Het beste is dus een metalen constructie met stevige draad (geen gewoon parkietengaas !)

Voor de volière volstaat een lengte van 2 meter met een binnenhok van 1 meter.  Voor de zitstokken kan je best takken van fruitbomen nemen met een diameter van 2 à 3 cm.    Het is echter perfect mogelijk dat je die al na een paar weken moet vervangen omdat ze volledig doorgeknaagd zijn…  Hou hier dus rekening mee bij de constructie van je hok.

Ook moet je zware potten voorzien voor het verstrekken van voer en water.  Lichte potjes die niet vastzitten vind je terug in alle hoeken van de kooi en met het gekende gevolg voor de verzorger !

 Broedblokken of natuurstammen zijn 35 à 50 cm hoog, hebben een inwendige diameter van 25 à 30 cm en een invliegopening van 7 cm.  Als bodembedekking geven we (grof) zaagsel, houtsnippers of vermolmd hout.

Een luchtreiniger die continu zachtjes blijft draaien is geen overbodige luxe voor de vogels (en ook voor de verzorger) indien de vogels binnen worden gehouden.  De temperatuur wordt in de winter tussen  5°C  en 10°C gehouden in het binnenhok.

  

Voeding

Senegalpapegaaien zijn van nature zaadeters.  Zij appreciëren dan ook een gevarieerd mengsel van bijvoorbeeld : 20% zonnebloempitten, 10% van zowel maïs als padi, boekweit, witzaad en tarwe en 5% van respectievelijk  gerst, haver, sorghum, millet, hennep en ongebrande pinda’s.

Vogels die in kweekkooien worden gehouden krijgen best nog minder zonnebloempitten en pinda’s voorgeschoteld, want die bevatten veel vetstoffen en de vogels kunnen die calorieën niet kwijt door de beperkte vliegmogelijkheden.

Verder lusten deze vogels naast eivoer ook appel, peer, halfrijpe maïs, geraspte wortelen, rozenbottel en vooral gekiemde zaden.  Walnoten, beukennoten, hazelnoten en (gebroken) cedernoten staan eveneens, doch met mondjesmaat ter beschikking, alsook maagkiezel en grit.

Verder mag kalk niet ontbreken aan het menu, want zoals bij de meeste Afrikaanse papegaaien bestaat hieraan een grotere behoefte.

 

De kweek

Met senegalpapegaaien valt best wel te kweken, eens je een goed kweekpaar hebt kunnen samenstellen.  Hier wringt echter het schoentje : senegalpapegaaien kunnen erg kieskeurig zijn in de partnerkeuze.  Dikwijls moeten wij als liefhebber tussenkomen om omwisselingen door te voeren.  Een paar dat echt harmonieert, dat merk je aan synchroon gedrag : samen eten, samen kort bij elkaar slapen, enz.  Een paar dat voortdurend kibbelt, dat haal je best terug uit elkaar om beiden aan een andere partner te koppelen.

De kweek lukt best als het kweekpaar kan beschikken over een donkere hoek waarin de nestkast is opgehangen, met de invliegopening van het licht weg gedraaid.

Hoewel de herfst en vooral de wintermaanden hun voorkeur genieten om te gaan broeden kan dat in principe op gelijk welk moment in het jaar gebeuren.  Wees dus gewaarschuwd … en bestel tijdig uw (7mm)ringen!

Bonte boeren worden broedrijp na minimaal 4 à 5 jaar en dat is dus vrij laat voor zo een kleine vogel.  Het vergt dus een flinke dosis geduld van de kweker, maar dat wordt stevig beloond : deze vogels kunnen 40 jaar oud worden en er zijn paren bekend die nog eieren hadden op die gezegende leeftijd !

Als je merkt dat de vogels soms erg nerveus zijn en elkaar beginnen voeren dan moet je extra aandachtig zijn en als je geluk hebt kan je dan paringen waarnemen (vooral in de vroege ochtend en in de late avond).  De man houdt zich tijdens de paring met beide poten vast op het rugdek van de gebukt zittende pop.  Dit kan wel 10 minuten duren.

Met wat geluk volgen er 2 tot 4 eieren in het broedblok na enkele weken.  Deze worden gewoonlijk om de andere dag gelegd, zodat de jongen bij uitkomst maximaal een week in leeftijd verschillen.  De witte eieren wegen ongeveer 10 gram en meten gemiddeld 29 x 22 mm.  Ze worden normaal 26 dagen bebroed door de pop alleen.  De jongen blijven vervolgens nog ruim 2 maanden in de nestkast en na het uitvliegen worden ze nog een vijftal weken  (bij)gevoerd door de oudervogels.

Oudere kweekkoppels kunnen soms aan een tweede ronde beginnen …