Poicephalus Cryptoxanthus of bruinkoppapegaai

 

Werkgroep Poicephalus                                          Carl Vandenabeele

 


Frans: Perroquet tête brune

Duits: braunkopfpapagei

Engels: brown-headed parrot

 
De bruinkoppapegaai komt niet zoveel voor in het volièremilieu. Nochtans is het geen moeilijke vogel om in  broedstemming te krijgen.  Het probleem zit hem meer in zijn kleuren.  De bruinkop is immers de minst kleurrijke van zijn familie. Echter heeft hij wel een troef die verborgen zit in zijn naam. Cryptoxanthus betekent letterlijk vertaald : “verborgen geel”.  Maar waar zit dit geel verborgen?  De vogel is groen en heeft een bruinachtig kopje.  Wie deze vogels in een ruime volière houdt zal er echter al snel achter komen dat dit geel helemaal onderaan de vleugels zit.  Hierdoor is het een festijn voor het oog om deze kleine acrobaten in volle vlucht waar te nemen.

 Beschrijving:

Met zijn 22 centimeter is de bruinkoppapegaai even groot als zijn  bekendste familieleden : de bonte boer en de meyerpapegaai. De voornaamste kleur is groen.  De vleugels zijn iets donkerder groen dan de rest van het lichaam dat iets meer opgebleekt is.  Zoals eerder vermeld is de onderkant van de vleugel geel, behalve de vleugelpennen zelf, deze zijn bruinachtig groen. De gehele kop, evenals  keel en nek zijn bruin met soms een grijze waas.  Dit is afhankelijk van de ondersoort.  De ogen zijn geel (zoals de bonte boer) met een zwarte iris.

 Geslachtsonderscheid:

Er is geen duidelijk verschil tussen mannen en poppen zodat endoscopie of DNA aangewezen zijn bij het bepalen van het geslacht. Meestal zijn de mannen wel iets forser en hebben ze een breder kopje. Deze kenmerken zijn echter niet voldoende uitgesproken  om met zekerheid het geslacht te bepalen.

 Ondersoorten:

Er zijn met zekerheid 2 ondersoorten bekend. Er circuleert ook nog een derde naam maar hier is veel twijfel over. Natuurlijk geen reden om hem u te onthouden.

Cryptoxanthus cryptoxanthus: de nominaatvorm. Deze vogels heeft een intens bruin kopgedeelte. De vleugeldekveren zijn  donkergroen (iets donkerder dan de senegal papegaai). De rest van het lichaam is bedekt met lichter groene veren. De bovensnavel is geheel zwart. De ondersnavel daarentegen is blank. Deze ondersoort is zeer zeldzaam. Er zijn geen importmeldingen uit zijn verspreidingsgebied.

Cryptoxanthus tanganyikae: ondersoort genaamd naar het Tanganyika meer, waar hij voor het eerst gezien werd. Deze bruinkop is  bleker dan de nominaat. Het bruin op de kop, keel en hals heeft een licht grijsachtige schijn waardoor ook dit gedeelte  bleker kleurt. De vleugeldekveren zijn terug donkerder dan de rest van het lichaam maar zijn toch lichter gekleurd dan de nominaat. De bovensnavel is voor de helft naar de top toe zwart. De andere helft naar de basis toe is blank. De ondersnavel is geheel blank. Er mag aangenomen worden dat 95 procent of meer van de bruinkoppen  die bij ons in de volières gehouden worden van deze ondersoort zijn.

Cryptoxanthus zanzibaricus: is de ondersoort die veel twijfels opwekt. Volgens enkele beschrijvingen zou deze ondersoort iets groter zijn dan de nominaat.  Hij komt enkel voor op het eiland Zanzibar.  Volgens de laatste berichten zou hij daar uitgestorven zijn.  Anderen zijn van mening dat het ging om de nominaat die met enkele vogels toevallig op dit eiland is terecht gekomen.

Biotoop:

De bruinkoppapegaaien hebben een tamelijk groot verspreidingsgebied. Ze komen voor tot op hoogtes van 1600 meter.  Ze hebben een voorkeur voor de middelste en bovenste boomlagen van kleine bosjes.  Hier zijn ze ook perfect gecamoufleerd door hun kleur.  Wat opvalt is dat ze enkel aanwezig zijn in de dichte omgeving van water.

 Kweek:

Bruinkoppapegaaien zijn zeker geen veeleisende vogels. Een verticaal broedblok wordt gauw aanvaardt maar ook andere modellen kunnen gebruikt worden.  In de regel moeten vogels 4 tot 5 jaar zijn om te kweken.  Op internet staat een kweekverslag uit Zuid-Afrika waar een kweker succes had met een 18 maanden oude pop, die succesvol 2 bevruchte eitjes heeft uitgebroed en de jongen groot gebracht heeft.  Maar laat ons eerlijk zijn: dit zijn leuke uitzonderingen.

De pop legt de eitjes met 1 of 2 dagen tussenpauze.  Bij wat meer ervaren en oudere vogels komen er meestal 3 eitjes.  Jonge poppen leggen vaak maar 2 eitjes.  Deze worden gedurende 25 tot 27 dagen enkel door de pop bebroed.

Jongen komen in een dun donspakje uit het ei en worden 9 tot 12 weken in het nest gevoerd door de ouders.  Wanneer ze uitvliegen duurt het minimaal 3 weken tot ze volledig zelfstandig zijn.  Ringen doen we tussen dag 15 en 20 met een 7mm ring.  Probeer na het ringen even de jongen in het oog te houden want mijn persoonlijke ervaring is dat de ouders toch proberen om de ring eraf te krijgen.  Verder kan ik zeggen dat mijn bruinkopjes zeker niet schuw waren.  Ze waren goede ouders, alleen ging mijn popje vlug van haar nest.  Bij het laatste nest dat  ze hebben groot gebracht, heeft mijn man de pop en het jong gedood in het nest.  Dit was dan ook meteen het tragische einde van mijn goede ervaring met deze minder kleurrijke maar toch erg interessante langvleugelpapegaaien.